Dit is het derde en laatste deel uit de boeken van de levende schepen. Deze recensie bevat spoilers ten aanzien van het eerste en tweede deel van deze reeks.
Dit derde boek is de spannende afsluiter van de reeks. Althea en Bresker reizen samen met Amber, de mysterieuze houtbewerkster uit Beijerstad, achter de Vivacia aan met Paragon. Het was voor hen moeilijk om mannen te vinden die mee wilden varen op de Paragon. Het schip staat immers bekend om zijn krankzinnigheid en woedeuitbarstingen. Dit levert hen een bemanning op van mannen die moeilijk in de hand te houden zijn. Dit zorgt voor de nodige problemen aan boord van het schip.
In Beijerstad heerst een groot conflict tussen de diverse partijen aldaar. De Beijerstadse vaarders wonen al vanaf het begin in Beijerstad. Jamailla stuurt echter steeds meer 'nieuwe vaarders' die zich vestigen in Beijerstad. Deze nieuwe vaarders brengen de slavernij met zich mee. Dit zorgt voor verdeeldheid in Beijerstad.
Uit Jamailla komt de satraap op bezoek om te praten over een oplossing voor het hoog oplopende conflict. Ook Kwarts dreigt zich met dit conflict te gaan bemoeien. Het bezoek van de satraap brengt echter alleen maar meer problemen met zich mee.
In huize Vestrit is Malta in contact gekomen met een man uit de Wilde Regenlanden die haar het hof probeert te maken. Ze vind alle aandacht die ze krijgt prachtig, maar wat de precieze gevolgen zijn van zo'n verbintenis lijkt niet tot haar door te dringen.
In de Wilde Regenlanden bevindt zich diep onder de grond het laatste stuk van het mysterieuze toverhout (waaruit de levende schepen zijn vervaardigd). Het is een mysterie waar dit toverhout vandaan komt. Niemand heeft het geheim hiervan tot dusverre weten te ontrafelen.