Dit is het eerste boek in de reeks van de boeken van de nar. In dit boek keren we, na de boeken van de levende schepen, weer terug bij Fitz, waar in de boeken van de Zieners over werd verhaald.
Dit boek begint 15 jaar nadat de boeken van de Zieners zijn afgesloten. Fitz woont nu samen met zijn wijsheidspartner, zijn wolf Nachtogen, in een huisje in een bos. Hij draagt ook de zorg over een jongen genaamd Pe, die bij hem is komen wonen nadat Spreeuw de jongen verlaten op een strand vond. Fitz is tevreden met zijn eenvoudige manier van leven, waarin hij weer zelf zijn eigen keuzes kan maken.
Hier komt verandering in wanneer een aantal oude vrienden hem komen bezoeken en zijn herinneringen aan zijn vroegere leven in de Hertenhorst weer vers naar boven komen. Hij komt tot de ontdekking dat hij in een sleur is geraakt en toch eigenlijk het drukkere leven in een stad wel mist.
In de steden is de oude angst en haat tegen 'wijzen' (mensen die zich van 'beestenmagie' bedienen, ook wel 'de wijsheid' genoemd) weer opgelaaid. Mensen die ervan worden verdacht zich van deze vorm van magie te bedienen worden op brute wijze vervolgd.
Dan wordt Fitz opgeroepen om terug te keren naar de Hertenhorst. De jonge prins Plicht wordt vermist en hem wordt gevraagd om prins Plicht m.b.v. zijn vermogen op te sporen. Er gaan al geruchten rond dat ook prins Plicht de wijsheid heeft en een band is aangegaan met zijn jachtkat. Heeft dit iets met zijn verdwijning te maken? Fitz en de nar gaan achter de prins aan om hem op te sporen.