Dit is het eerste boek van de boeken van de zieners, de eerste reeks van Robin Hobb. De boeken spelen zich af in de zes hertogdommen. Dit is een koningkrijk bestaande uit, zoals de naam al doet vermoeden, zes hertogdommen. Het koningkrijk wordt geregeerd door het geslacht der Zieners die de gave van het 'vermogen' hebben, een vorm van magie.
Het boek gaat over Fitz, de onechtelijke zoon van de kroonprins Chevalric. Na een tijd voor hem te hebben gezorgd laat zijn moeder hem in de steek en brengt hem terug naar zijn vader, de kroonprins. Wanneer er bekend wordt dat de inmiddels getrouwde kroonprins een buitenechtelijke zoon heeft zorgt dit voor chaos. De kroonprins ziet zichzelf genoodzaakt om af te treden als kroonprins en zich terug te trekken van het hof.
De zorg voor Fitz wordt aan Burrich toevertrouwd, de stalmeester van de hertenhorst. Fitz groeit op bij Burrich. Hij blijkt over magie te beschikken die in de volksmond de wijsheid wordt genoemd. Deze magie stelt hem in staat om met dieren te communiceren. De wijsheid wordt echter afgekeurd door het volk en Burrich verbiedt Fitz om hier mee bezig te zijn.
Wanneer koning Vlijm inziet dat de bastaard Fitz een gevaar voor de troon kan zijn (hij kan immers aanspraak maken op de troon), besluit hij om hem om hem dicht bij zich te houden en zelf op te leiden tot een nuttig instrument voor de troon.
Ik vond de eerste reeks boeken minder leuk om te lezen dan de reeksen die hier op volgen. De boeken zijn erg goed geschreven. Als lezer wordt je erg betrokken bij het leven van Fitz, die zijn geluk maar niet lijkt te kunnen vinden. Als lezer wil je ontzettend graag dat er nu eindelijk iets gebeurt waar Fitz gelukkig / blij van wordt, maar dit lijkt maar niet te gebeuren.. Hierdoor blijf je als lezer met een ietwat treurig gevoel achter. Het is dus zeker een aanrader voor de mensen die van wat drama houden! Al is het boek met al haar hofintriges ook zeker erg spannend!