Dit is het tweede deel uit de reeks van de boeken van de nar.
Fitz, die al jaren onder de naam Tom Dassenkop leeft, neemt zijn vaste intrek in kasteel de Hertenhorst. Na jaren niet meer onder de mensen te zijn geweest is dit een erg grote stap. Om onherkend te kunnen blijven doet hij zich voor als de bediende van heer Gouden (de nar).
Fitz begint lessen te geven aan prins Plicht in het vermogen en heeft de hoop een coterie voor hem op te kunnen leiden. Geschikte kandidaten zijn echter moeilijk te vinden.
Zijn moeder, de koningin Kettricken, begint een strijd tegen de vervolging van wijzen en verbiedt executies die op grond van een verdenking van de wijsheid plaatsvinden.
De bonten, een groepering van wijzen die hun -volgens hen rechtmatige - macht proberen op te eisen zijn op de achtergrond nog steeds actief. Wijzen die zich niet bij hen aansluiten worden door hen verraden door aan het volk bekend te maken dat ze over de wijsheid beschikken. Ook Fitz wordt door de bonten bedreigd, aangezien zij hem als een verrader van hun volk beschouwen. De bonten weten dat prins Plicht ook over de wijsheid beschikt en dit is voor hen een middel tot manipulatie waar zij tot dusverre nog geen gebruik van hebben gemaakt.
Fitz bevindt zich in het midden van dit web van problemen en probeert op alle plaatsen tegelijk te helpen. Zowel het leven van prins Plicht en zijn eigen leven staan op het spel.