Dit is het tweede boek uit de reeks 'de boeken van de levende schepen'.
Deze recensie bevat mogelijk spoilers ten aanzien van het eerste deel uit deze reeks (dus voor mensen die het eerste deel nog niet gelezen hebben, lees deze recensie niet :))
In dit boek lezen we verder over Althea en Bresker die proberen om de Vivacia weer terug te krijgen. Zij vernemen dat de Vivacia in handen is gevallen van de beroemde piraat Kennit en willen haar terug. Ze hebben echter geen schip om achter Vivacia aan te kunnen gaan. Hier komt nog bij dat Vivacia een levend schip is, dat alleen ingehaald kan worden door een ander levend schip. (geen enkel normaal schip is zo snel als een levend schip).
Hun enige hoop rust op Paragon, het blinde 'krankzinnige schip'. Paragon heeft een mysterieus verleden. Het levende schip behoorde toe aan een van de vaardersfamilies uit Beijerstad. Paragon werd echter gek en vermoordde zijn gehele bemanning. Althea en Bresker sluiten vriendschap met het krankzinnige schip en hopen met Paragon achter de Vivacia aan te kunnen reizen.
In het boek lees je verder mee met Wintrow, die nog steeds op de Vivacia mee vaart, door de piraat Kennit in leven gehouden vanwege de waarde die hij voor Vivacia heeft (het levende schip is aan hem gehecht geraakt).
Ook lees je mee met de moeder van Althea, haar zuster Keffria en diens kinderen Malta en Selden. Nu de Vivacia niet meer voor inkomsten zorgt gaan zij een moeilijke tijd tegemoet. De voorouders van de familie Vestrit kochten het levende schip Vivacia van de mysterieuze mensen van de Wilde Regenrivier. De schulden die hiervoor zijn gemaakt zijn nog steeds niet helemaal afgelost. Hier komt nog bij dat Malta opgroeid tot een manipulatieve tiener die voor problemen zorgt.